Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam
17 februari 2026

Toen Europa in 1926 nog steeds de wonden van de Eerste Wereldoorlog likte en de vele landen, die in 1918 in puin waren achtergelaten, tijd en energie in de heropbouw van hun natie staken, opende in Amsterdam de allereerste HEMA, toen nog H.E.M.A. wat stond voor Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam. Neutraal Nederland was redelijk ongeschonden uit de oorlog gekomen en ook de maatschappij zag er grotendeels hetzelfde uit als voor 1914 met een rijke hogere klasse, een beperkte middenklasse en een brede arbeidersklasse. H.E.M.A. was een zusje van de Bijenkorf en werd in het leven geroepen als bereikbaar alternatief voor die lagere klasse. In die tijd werden warenhuizen namelijk vooral bezocht door rijke mensen. Die eerste H.E.M.A. was het begin van wat een internationaal succesverhaal zou worden.
Er was eens… de Bijenkorf
De eerste zaadjes van wat later de bloeiende warenhuisketen de Bijenkorf zou worden, werden in de tweede helft van de 19de eeuw geplant door Abraham Polak, een Joods Nederlandse handelaar in garen die een ruim netwerk van zowel Duitse als Nederlandse leveranciers had. Samen met Simon Goudsmit, eveneens van Joods Nederlandse origine, richtte hij in 1870 een eerste gezamenlijke vennootschap op die de naam ‘Polak&Goudsmit’ kreeg en die resulteerde in een somber ingerichte winkel aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Uit archiefstukken kunnen we opmaken dat deze vennootschap in 1883 werd ontbonden waarna Abraham Polak nog tot aan zijn dood in 1899 als agent in deze branche actief zou blijven.
Simon Goudsmit, die aanvankelijk geen ervaring in de sector had, zette vanaf 1883 de winkel aan de Nieuwendijk alleen verder en omdat hij letterlijk en figuurlijk dicht bij de zaak wilde staan, betrok hij met zijn familie het appartement boven de winkel. Er waren in die periode vier mensen aan het werk en er werd voornamelijk garen en band aan de man gebracht. Wanneer precies de naam ‘Magazijn de Bijenkorf’ voor het eerst opdook, is onduidelijk. Toch vinden we er sporen van terug in een personeelsadvertentie die in 1892 verscheen in het ‘Centraal Blad voor Israelieten’. De onfortuinlijke Simon Goudsmit leefde echter niet lang genoeg om het grote succes van de Bijenkorf mee te maken want hij stierf in 1889 na een korte ziekte. Hij was amper 45 jaar jong. Zijn zoon Alfred was op dat ogenblik nog niet eens drie jaar oud en dus veel te jong om al in zijn voetsporen te treden. De weduwe van Goudsmit echter bleek ondernemerszin in het bloed te hebben en vond in een rijke neef van haar overleden echtgenoot een waardevolle partner om de zaak verder uit te bouwen. Die rijke neef was Arthur Isaac.
Nieuwe partners met grootse plannen
Het succes bleef niet uit en er werden ambitieuze plannen gesmeed om zowel de zaak als het gamma uit te breiden. De kersverse zakenpartners kochten enkele bijkomende panden aan de Nieuwendijk op om ze af te breken en opnieuw op te bouwen. Ze hadden echter nog meer in hun mars. Het duo liet namelijk hun oog vallen op het oude beursterrein aan de Dam in Amsterdam en de oprichting van een nv bleek noodzakelijk voor de aankoop van de gronden en het verkrijgen van de rechten voor exploitatie. Volgens oude stadsarchieven verliep de verkoop niet van een leien dakje omdat de stad er aanvankelijk geen zicht op had wat de zakenpartners met de gronden van plan waren. Uit de aanvraag die werd ingediend, bleek alvast niets te wijzen op het uitbaten van een modewinkel. Op 23 juli 1910 werd de vennootschap S.P. Goudsmit ontbonden en werden de aandelen ondergebracht in een nieuw opgerichte nv. Ook al stonden zowel weduwe Goudsmit als Arthur Isaac persoonlijk borg voor de hypotheek, het was niet voldoende om het totale project te financieren. Ze moesten daarom op zoek naar bijkomende fondsen en die bleken in Nederland onvindbaar te zijn. De belangrijkste reden was dat warenhuizen voornamelijk een Franse en Amerikaanse aangelegenheid waren en totaal onbekend in Nederland. Aangezien onbekend meestal onbemind maakt, slaagden ze er niet in Nederlands geld op te halen. Weduwe Goudsmit en Arthur Isaac vonden wat ze zochten uiteindelijk in België en Duitsland. Op zeven december van hetzelfde jaar 1910 werd een Belgische nv opgericht in Antwerpen die als enige doelstelling het uitbaten van warenhuizen in Nederland had. Onder de naam ‘SA Grands Magazins De Bijenkorf’ werd een kapitaal van veertig miljoen Belgische frank samengebracht en verdeeld over tienduizend aandelen.
Verhuis naar De Dam
In 1912 verhuist het ‘Magazijn de Bijenkorf’ naar een tijdelijk pand dat in hout is opgetrokken aan de bekende Damrak. Vrijwel meteen stelden de eigenaars verrukt vast dat de omzet die in de tijdelijke winkel werd gedraaid, een veelvoud was van de verkoop aan de Nieuwendijk. Dit gaf hen voldoende reden om het tijdelijke karakter van de winkel op te heffen en de zaak onder te brengen in een mooi nieuw pand. De lening die ze hiervoor nodig hadden, wilden de banken echter niet toestaan indien het aanbod zich zou blijven beperken tot fournituren en stoffen. Het aangepaste business model waarvan de krijtlijnen op dat ogenblik, eigenlijk uit pure noodzaak, werden opgetekend, zou nadien doorslaggevend blijken voor het toekomstige uitzicht en het bijhorende succes van de keten. Het vernieuwde concept kreeg vorm in een warenhuis waar een uitgebreid assortiment van goederen werd aangeboden waardoor de banken het gevoel kregen dat het risico op zijn minst toch werd gespreid.
De bouw verliep aanvankelijk vlot maar toen gooide de Eerste Wereldoorlog meer dan alleen maar roet in het eten. De werken werden tijdelijk stilgelegd en in 1914 vervoegde de ervaren Leo Meyer de directie van de Bijenkorf. Zijn bijdrage aan het succes van de vestiging in Amsterdam zou later van groot belang blijken. Nederland, dat een van de weinige neutrale landen in deze oorlog was, ontsnapte aan een Duitse bezetting wat ervoor zorgde dat in 1915 de eerste echte Bijenkorf de deuren kon openen. Het was een warenhuis dat vooral de begoede middenklasse en de rijke Nederlandse burgers over de vloer kreeg. Aan de complexe structuur van de Bijenkorf kwam in 1919 een einde wanneer de vroegere vennootschappen werden omgevormd en samengebracht onder de naamloze vennootschap “Magazijn De Bijenkorf” met hoofdzetel in Amsterdam. De aandeelhouders, weduwe Goudsmit en Arthur Isaac, werden vervoegd door Simon Goudsmits zoon, Alfred.

Een warenhuis voor de arbeidersklasse
Er braken dan misschien gouden tijden aan voor de Bijenkorf, toch broedden de twee bestuurders van het warenhuis, Arthur Isaac en Leo Meyer, al op een nieuw plan. Zij wilden een warenhuis uit de grond stampen voor dat deel van de bevolking waar geen enkele retailer in Europa van wakker lag: de arbeidersklasse. Destijds deed het verhaal de ronde dat Isaac en Meyer vooral uit sociale bewogenheid handelden en armere mensen de kans en het plezier wilden gunnen om, net als de rijken, in een warenhuis inkopen te kunnen doen. Sociale bewogenheid of niet, het concept was niet helemaal nieuw want oogstte al groot succes in de Verenigde Staten waar de economische crisis van de jaren twintig bij veel ondernemers het water tot aan de lippen had gebracht. Het was een concept dat we makkelijk kunnen vergelijken met de hard discounters van vandaag.
Op vier november 1926 was het dan eindelijk zover en opende de allereerste H.E.M.A. zijn deuren in de Amsterdamse Kalverstraat. Amper enkele dagen later volgde al de opening van een tweede filiaal in de Oude Hoogstraat. De winkels zagen eruit als magazijnen met smalle gangpaden waar een beperkt assortiment netjes en overzichtelijk was uitgestald. De vaste eenheidsprijzen, gaande van 25 tot 50 cent, brachten de klanten duidelijkheid en het gevoel van een eerlijk aanbod. De eenheidsprijzen werden nadien uitgebreid door de verkoop van goederen met een bescheiden prijskaartje van 10 cent tot een gulden. Het personeel bij H.E.M.A. werd in een wit uniform gestoken om de klanten te bedienen en het was meteen duidelijk dat het nieuwe concept aansloeg bij het beoogde publiek. Het was precies omdat H.E.M.A. vooral de minder begoede mensen wilde bereiken dat de winkels al snel als ‘sociale winkels’ over de tong gingen en vaak, en volledig onterecht, de ‘winkels van de armen’ werden genoemd. In de eerste jaren waren het onder andere de ervaren inkopers van de Bijenkorf die mee bijdroegen aan het succes van H.E.M.A. . In het jaar na de opening van het eerste filiaal, ging H.E.M.A. op zoek naar een eerste vaste stek buiten Amsterdam en tegen eind 1928 was de tiende vestiging in Nederland al een feit. Het moet gezegd dat Isaac en Meyer een bijzonder slimme en voor die tijd revolutionaire strategie hadden uitgedokterd met hun twee totaal verschillende concepten waarmee ze twee totaal uiteenlopende doelgroepen konden bereiken.
De grote zus, de Bijenkorf, bleef ondertussen niet achter. In hetzelfde jaar dat het eerste hoofdstuk van het H.E.M.A.-verhaal werd geschreven, opende de Bijenkorf een tweede filiaal, deze keer in Den Haag. De invloed van de bekende architecten die werden aangetrokken voor de opdracht, zorgde ervoor dat de Bijenkorf ook hier een exclusief pand kon betrekken met een atrium en een prachtig houten trappenhuis met loodramen dat vandaag nog steeds te bewonderen is. Den Haag was meteen ook de plaats waar Alfred Goudsmit de rol als bestuurder opnam, een taak die in 1928 al aanzienlijk werd uitgebreid nadat Arthur Isaac, omwille van gezondheidsredenen, zich genoodzaakt zag een stap terug te zetten.
Na het succes in Amsterdam en Den Haag, was Rotterdam aan de beurt voor een eigen Bijenkorf. En wat voor een. In 1929 werden de bouwwerken aangevat en op 16 oktober 1930 woonden maar liefst 70.000 mensen de officiële opening bij van het prachtige, met glaswerk versierde, moderne pand waar vooral de revolutionaire automatische roltrappen een van de blikvangers waren.
In datzelfde jaar werd de Bijenkorf lid van de International Association of Department Stores, een internationale vereniging van grote warenhuizen (ook het Londense Harrods was er lid van) die in 1928 werd opgericht in Parijs. De belangrijkste doelstelling van de vereniging was de uitwisseling van best practices en de verdere ontwikkeling van het warenhuisconcept. Om aan die doelstelling te beantwoorden, moesten alle leden over een eigen onderzoekscentrum beschikken. Dat was dan ook rechtstreeks de aanzet voor de oprichting van het onderzoeksbureau De Bijenkorf in 1932. De verslagen uit die tijd geven vaak een verrassend beeld van ‘business intelligence’ in die periode.
Opnieuw oorlog
Met de start van de Tweede Wereldoorlog brak voor zowel de Bijenkorf als H.E.M.A. een pijnlijke periode aan. De steden die zich in die tijd verzetten tegen de Duitse bezetter moesten het ontgelden met zware bombardementen. Dat was ook het trieste lot van Rotterdam op 14 mei 1940. De vernietigende aanval was dan ook de druppel in de emmer die ervoor zorgde dat Nederland zich heel vroeg in de oorlog gewonnen gaf. Van het prachtige warenhuis dat tien jaar eerder in Rotterdam feestelijk werd geopend, bleef er na de meedogenloze bombardementen niets meer overeind.
De Bijenkorf en H.E.M.A. waren bij het begin van de oorlog nog steeds in handen van de Joodse familie en ook veel personeelsleden waren van Joodse origine. Van de 3.300 werknemers bij de Bijenkorf waren er minstens 700 van Joodse afkomst, bij zusje H.E.M.A. waren bijna 300 van de 2.000 medewerkers Joods. Het bedrijf zat zelfs zo diep in de Joodse cultuur ingeworteld dat de warenhuizen aanvankelijk op zaterdag, de Joodse rustdag, en op enkele Joodse feestdagen, gesloten bleven. Ze waren dan weer wel open op zondag.
Omdat de eigenaars zich ervan wilden verzekeren hun beide bedrijven te kunnen houden, werd in 1940 de VOF ‘Bijko Priora’ opgericht waarin het grootste deel van de aandelen werd ondergebracht. Het mocht echter niet baten. De Duitse bezetter verbood namelijk bij wet het recht van Joden om bedrijven in eigendom te hebben. Het was het Duitse Rijksbestuur dat overging tot de verkoop van de aandelen aan Riensch&Held die in een enkele beweging beide warenhuisketens verwierf.
Over hoe het de betrokken families tijdens de Tweede Wereldoorlog verder verging, is weinig terug te vinden. Arthur Isaac slaagde er tijdig in om met zijn familie onder te duiken en Alfred Goudsmit vluchtte naar de Verenigde Staten. Hun Joodse werknemers ondergingen echter een veel triestiger lot. Van de duizend personeelsleden die in de Bijenkorf en H.E.M.A. werkten, werden er niet minder dan 737 omgebracht door de nazi’s. Om de slachtoffers te herdenken, wordt elk jaar op 4 mei een bloemenkrans neergelegd aan het hoofdkantoor in Amsterdam.
Een nieuwe start
Toen de Tweede Wereldoorlog eindelijk achter de rug was, kwamen veel Joodse bedrijven, waaronder ook de Bijenkorf en H.E.M.A. , onder de hoede van het Nederlandse Beheersinstituut. Het instituut maakte deel uit van de Raad voor Rechtsherstel die enerzijds op zoek ging naar de rechtmatige eigenaars van bedrijven en anderzijds zorgde voor het opheffen van bedrijven die hun ontstaan te danken hadden aan landverraad. De familieleden die teruggekeerd waren uit het buitenland kregen op die manier hun ontstolen bedrijf terug in handen. Ondanks de grote vernielingen en plunderingen waarvan beide ketens het slachtoffer waren geweest, bleven het enthousiasme en de gedrevenheid van hun eigenaars wel overeind. Een mooi voorbeeld daarvan is het kleine Engelse woordenboekje dat meteen na de bevrijding werd uitgegeven om de Nederlandse burgers ertoe in staat te stellen met de geallieerde soldaten te converseren. Het boekje, dat de naam ‘H.E.M.A. Dutch Dictionary’ kreeg, werd achteraan voorzien van de tekst ‘Dankzij de bevrijding van ons land, eenieder thans weer H.E.M.A. klant’.
Er stond Europa niets anders te doen dan de diepe sporen van de vier lange oorlogsjaren zo goed als mogelijk uit te wissen. Bombardementen hadden overal dood en vernieling gezaaid en de heropbouw zou heel wat tijd vergen. In de Verenigde Staten was een economisch herstel in die periode al realiteit en werd de economie gedreven door massaproductie en massaconsumptie. Die economische succesformule werd naar Europa geëxporteerd en zorgde bij H.E.M.A. alvast voor een grondige aanpassing van het business model.
Om te beginnen moest er stevig gesleuteld worden aan het imago van H.E.M.A. en daar werd meteen werk van gemaakt met de symbolische omvorming van de naam tot HEMA. Samen met de puntjes verdwenen ook de voordien gehanteerde vaste eenheidsprijzen. Het aanbod werd vervolgens aanzienlijk uitgebreid. De wijziging van strategie legde de eigenaars geen windeieren want HEMA zette zijn expansie mooi verder. In 1958 werd er zelfs een franchisemodel uitgewerkt wat absoluut vernieuwend was voor die tijd en waarmee HEMA zich ontpopte tot een van de belangrijkste retailers op Nederlandse bodem.
Wat nog recht stond van de platgebombardeerde vestiging van de Bijenkorf aan het Van Hogendorpsplein in Rotterdam deed na de oorlog nog lang dienst als opslagruimte terwijl een nieuwe vestiging verrees op een andere locatie in de stad.
De weg naar onafhankelijkheid
Waar HEMA aanvankelijk als het kleine zusje van de Bijenkorf beschouwd werd, was dat in het begin van de jaren zestig lang niet meer het geval. Echter zorgde de gestage groei er ook voor dat de structuur van het bedrijf steeds ingewikkelder werd. Om de bevoorrading van de vele winkels in goede banen te leiden, kreeg HEMA in 1964 een eigen distributiecentrum in Utrecht. Het was nu eenmaal niet meer dan logisch dat hoe meer HEMA winkels werden geopend, hoe hoger de druk werd op zowel de productieketen als op de organisatie. Ondanks deze logistieke verbetering, zorgde de onvermijdelijke overlapping tussen beide ketens ervoor dat de eigenaars in 1966 beslisten om ze als onafhankelijke entiteiten onder te brengen in een overkoepelend orgaan: ‘Bijenkorf Beheer nv’. Op deze manier kreeg elke keten een eigen managementteam dat, in totale onafhankelijkheid van het zusterbedrijf, een eigen strategie kon ontwikkelen en een geheel eigen identiteit uitbouwen. Het zou elke keten ertoe in staat stellen om sneller en efficiënter te reageren op veranderingen in de markt.
Waar de Bijenkorf zich in de beginperiode systematisch vestigde in grote steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, werd in 1969 afgeweken van die traditie en werd een vierde vestiging geopend in de stationsbuurt van Eindhoven. Aan de traditie om het warenhuis onder te brengen in een juweel van een gebouw, werd echter niet getornd. Het werd een creatie van de Italiaanse architect Gio Ponti.
De Koninklijke Bijenkorf Beheer
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Bijenkorf in 1970, schreven de bestuurders van Bijenkorf Beheer een brief aan de Koningin met de vraag of het bedrijf voortaan als ‘Koninklijke’ Bijenkorf Beheer door het leven mocht gaan. De Koningin antwoordde instemmend en het was in juni 1970 dat de plechtige mededeling volgde in Haarlem. De KBB was geboren.
Kort na het verkrijgen van deze adellijke titel, startte de Koninklijke Bijenkorf Beheer met de bouw van een nieuw hoofdkantoor aan de Bijlmermeer in Amsterdam. De architect kreeg de uitdagende taak om zowel de kantoren van HEMA als deze van de Bijenkorf en van de holding KBB op een en dezelfde locatie samen te brengen zonder dat beide ketens ook maar iets van hun eigenheid zouden verliezen. De oplossing lag voor de architect in de constructie van twee afzonderlijke gebouwen die er aan de buitenkant weliswaar hetzelfde uitzagen, een combinatie van wit en blauw, maar die binnenin volledig in de eigen stijl van de ketens werden ingericht. Het was in 1978 dat de gebouwen officieel in gebruik werden genomen.
Terwijl HEMA in die jaren bleef groeien, zette ook de Bijenkorf de expansie verder en opende in 1975 de vijfde vestiging in een volledig verbouwd pand in Den Haag. Tegen die tijd had ook de Bijenkorf, net als HEMA, een eigen distributiecentrum, in Woerden, waar goederen van de verschillende leveranciers in ontvangst werden genomen en verder verdeeld en verspreid naar de vijf vestigingen.

HEMA gaat internationaal
In 1984 zet HEMA de eerste voorzichtige stappen naar het buitenland met de opening van een winkel in het Belgische Turnhout. Niet alleen was dit strategisch gezien een ideale plek, zo dicht bij de Nederlandse grens, het was bovendien een Nederlandse franchisenemer, die het HEMA concept door en door kende, die er aan het roer stond. HEMA zal echter pas stevige voet aan wal krijgen in België wanneer de Koninklijke Bijenkorf Beheer het Belgische SARMA overneemt in 1997.
Société Anonyme pour Revente d’articles en MAsse – SARMA
SARMA was een Belgische keten die opvallende gelijkenissen vertoonde met het Nederlandse HEMA. Beide bedrijven ontstonden in dezelfde tijdsgeest (HEMA werd opgericht in 1926, SARMA in 1928) en richtten zich tot een heel specifiek publiek door het hanteren van een aantal vaste, lage eenheidsprijzen. Ook bij SARMA drongen de naweeën van de Tweede Wereldoorlog en het veranderende consumentengedrag door de economische vooruitgang een nieuwe strategie op. SARMA kreeg steeds meer de allure van een warenhuis waardoor het zich ook de concurrentie van ketens als ‘Grand Bazar’ en ‘Innovation’ op de hals haalde. Het veranderde bovendien een paar keer van eigenaar. De Amerikaanse keten JC Penny kocht het in de jaren zestig en verkocht het in 1987 opnieuw aan de GIB Groep. In 1997 kwam het via deze laatste in handen van de Koninklijke Bijenkorf Beheer. De omvorming van de SARMA winkels tot HEMA vestigingen was voor de KBB de perfecte manier om heel snel door te breken in de Belgische markt.
HEMA ging er niet alleen op vooruit wat het aantal winkels betrof, ook het assortiment werd op een intelligente manier uitgebreid. In 1997 lanceerde HEMA een fotoservice die klanten de mogelijkheid gaf hun foto’s bij HEMA te laten ontwikkelen. Zelfs in het huidige digitale tijdperk biedt HEMA deze service aan. Het is het zoveelste bewijs dat HEMA er absoluut geen moeite mee heeft de steeds veranderende consument op zijn wenken te bedienen.
private equity en internationale ambities
Aan het begin van de 21e eeuw is HEMA nog steeds een geliefd merk in Nederland. In 2001 viert het bedrijf zijn 75-jarig bestaan met een groots feest in het Gelredome. Maar achter de schermen verandert er veel. Na de fusie met Vendex KBB is HEMA onderdeel geworden van een groot retailconcern, waar ook V&D en de Bijenkorf onder vallen. Hoewel HEMA zelfstandig opereert, worden de winsten gebruikt om verlieslatende zusterbedrijven overeind te houden. De frustratie groeit: HEMA draait goed, maar moet steeds bijdragen aan het herstel van anderen.
overname
In 2004 wordt Vendex KBB overgenomen door het Amerikaanse private-equitybedrijf KKR. De overname wordt gefinancierd met een enorme schuldenlast, die op de balans van het concern terechtkomt. HEMA blijft de parel van het concern, maar de nieuwe eigenaren zijn vooral geïnteresseerd in rendement. Er wordt fors gesneden in kosten, en de druk op medewerkers en leveranciers neemt toe.
internationale ambities
In 2003 wordt de heer Van Zetten benoemd tot algemeen directeur van HEMA. Hij weet wat klanten willen en heeft een duidelijke visie: HEMA moet uitbreiden naar het buitenland, inzetten op design en online verkoop, en haar merk versterken. Onder zijn leiding opent HEMA winkels in Luxemburg en Duitsland. In 2009 volgt de eerste vestiging in Frankrijk, in Créteil, een voorstad van Parijs. De Franse klanten zijn enthousiast: zij vinden HEMA fris, overzichtelijk en betaalbaar. Tegelijkertijd groeit de druk op de organisatie. KKR heeft HEMA met een hoge schuldenlast opgezadeld. In 2007 verkoopt het concern HEMA aan Lion Capital, een Brits private-equitybedrijf, voor 1,127 miljard euro. De overname wordt opnieuw gefinancierd met geleend geld, en HEMA betaalt jaarlijks tientallen miljoenen aan rente. De rentelasten zorgen ervoor dat het bedrijf op papier verlies draait, ondanks een gezonde operationele winst.
groei
Lion Capital belooft HEMA te helpen groeien, maar bemoeit zich nauwelijks met de dagelijkse gang van zaken. HEMA groeit in deze jaren hard: het aantal winkels stijgt tot boven de 500, de omzet tot boven de 1 miljard euro. De webwinkel wordt een succes, vooral de fotoservice en het Jip & Janneke-assortiment. De restaurants worden vernieuwd, het assortiment versimpeld en geprijsd in eenheden van 1, 3 en 5 euro.
financiële druk en de opluchting van een overname
Aan het begin van het decennium is HEMA nog steeds een geliefd merk, maar achter de schermen is de situatie zorgwekkend. De Britse eigenaar Lion Capital heeft het bedrijf in 2007 gekocht met een enorme schuldenlast. Elk jaar boekt HEMA op papier verlies, niet omdat het slecht draait, maar omdat het tientallen miljoenen euro’s rente moet betalen op een aandeelhouderslening.
overname
Lion Capital probeert HEMA in 2010 opnieuw te verkopen, maar zonder succes. In de jaren daarna blijft HEMA onder druk staan. De winkels worden wel opgeknapt, het assortiment gemoderniseerd en het merk blijft geliefd. Maar de groei stagneert. Klanten klagen over te dure producten van matige kwaliteit. De organisatie is moe, het personeel murw. Lion Capital, ooit een ambitieuze investeerder, raakt in Londen zelf in de problemen. Hun reputatie is beschadigd, hun derde investeringsfonds haalt minder geld op dan gehoopt. Dan, in oktober 2018, komt de verlossing. De Nederlandse ondernemer Marcel Boekhoorn neemt HEMA over. Boekhoorn lost 100 miljoen euro aan obligaties af en brengt 40 miljoen euro nieuw kapitaal in. Hij belooft rust, ruimte en een toekomst waarin HEMA weer kan groeien zonder financiële wurggreep.
van schuldenlast naar hernieuwde stabiliteit en duurzame groei
Aan het begin van 2020 verkeert HEMA in zwaar weer. De overname door Marcel Boekhoorn in 2018 bracht hoop, maar de torenhoge schulden blijven drukken. De coronacrisis maakt alles erger: winkels moeten sluiten, de omzet daalt, en de rentelasten blijven hoog. Boekhoorn probeert de schuldeisers uit te kopen, maar slaagt daar niet in. Uiteindelijk komt HEMA medio 2020 in handen van haar obligatiehouders. Het merk, ooit een icoon van Hollandse nuchterheid, lijkt stuurloos.
rust, stabiliteit en een focus
Maar dan komt er een nieuwe wending. In oktober 2020 sluiten investeringsmaatschappij Parcom en Mississippi Ventures een deal om HEMA over te nemen. De overname wordt in december definitief. De nieuwe eigenaren beloven rust, stabiliteit en een focus op de kernmarkten: Nederland, België en Frankrijk. De internationale expansie wordt teruggeschroefd. HEMA moet weer ‘echt HEMA’ worden. Onder leiding van CEO Saskia Egas Reparaz begint HEMA aan een herpositionering. De strategie is helder: investeren in winkels, assortiment en duurzaamheid. In 2021 wordt het HEMA 100-concept gelanceerd: winkels worden logischer ingedeeld, frisser en klantvriendelijker. HEMA introduceert ook het HEMA Café, dat aansluit bij het vernieuwde winkelconcept. Het assortiment wordt verbeterd: praktischer, mooier en duurzamer. De koers werpt vruchten af: HEMA is weer relevant, geliefd en toekomstgericht.
efficiëntie, kostenbeheersing en duurzame kwaliteit
De focus ligt op efficiëntie, kostenbeheersing en duurzame kwaliteit. De strategie is niet gericht op snelle expansie, maar op solide groei en merkversterking. HEMA wil een betere wereld creëren met producten die langer meegaan – en betaalbaar blijven voor iedereen. De strategie is helder: betaalbare producten, duurzaam en herkenbaar HEMA-design.
internationale expansie van HEMA en acquisitie van Macks Stores
Toen HEMA in 1926 haar eerste winkel opende in Amsterdam, kon niemand vermoeden dat het ooit een internationale keten zou worden. Decennialang bleef HEMA een puur Nederlands fenomeen, met een sterke focus op nationale dekking. Maar vanaf de jaren ’80 begon het merk voorzichtig de grens over te steken.
Macks Stores
De verwerving van Macks Stores was een eerste stap om een reeds lang bestaande wens tot internationalisering van het KBB-concern te realiseren. Macks Stores Inc. uit Sanford werd gekocht omdat daar de knowhow van HEMA goed toepasbaar was. Het bedrijf omvatte op dat moment 99 vestigingen in de staten Noord- en Zuid-Carolina en Virginia. Dat was ook de reden dat deze onderneming onder de verantwoordelijkheid van de HEMA-directie werd geplaatst. De expansie naar nieuwe markten werd gedaan vanuit de filosofie dat expansie in Nederland beperkt was. In eerste instantie werd gestart met drie winkels in Noord-Carolina. De drie pilots bleken succesvol. Daarna werden ieder jaar 20 vestigingen omgebouwd. De omzet- en resultaatontwikkelingen werden in 1984 als goed gekwalificeerd.
België
België was het eerste buitenland waar HEMA voet aan de grond kreeg. De expansie naar het buitenland is het initiatief geweest van de twee franchisenemers in 1984. Zo ontstonden in Turnhout en Gent de eerste stappen in ons buurland. De winkelconcepten toonden duidelijke verschillen. Het sterkste deel van HEMA Turnhout was het horecadeel, dat totaal anders was dan het gebruikelijke concept in Nederland. Ook de standaardindeling per vestiging week sterk af van het Nederlandse concept. Daarnaast moesten de artikelen afzonderlijk geprijsd worden in Belgische franken. Kortom, de formule sloeg in het begin helemaal niet aan en de ondersteuning vanuit het hoofdkantoor was uiterst beperkt. Het gevolg was dat beide winkels sterk verlieslatend waren. De enige oplossing om in België succesvol te worden, was de winkels onder de hoede van de franchisegever te brengen en door te experimenteren tot een goed Belgisch concept zou ontstaan. Binnen KBB voelde men feitelijk niets voor dit plan. Het heeft de toenmalige HEMA-directie veel energie en overredingskracht gekost om KBB uiteindelijk voor het plan te winnen. Na enkele jaren bleek de keuze om door te zetten zonder meer de juiste te zijn. In 1996 kon via een overname van Sarma-winkels het netwerk in één keer met 18 winkels worden uitgebreid, die in enkele jaren werden omgebouwd tot volwaardige HEMA-winkels. In de jaren daarna groeide HEMA in België gestaag door, met inmiddels meer dan 100 winkels.

verder kijken
Pas in de jaren 2000 durfde HEMA verder te kijken. In 2002 werden de eerste winkels in Duitsland geopend, vooral in het Ruhrgebied. Maar de Duitse markt bleek taai: de winkels draaiden verlies en een deel werd gesloten. Toch bleef HEMA aanwezig, met een bescheiden aantal vestigingen in steden als Keulen en Frankfurt. In 2006 volgde Luxemburg, waar de culturele en economische overeenkomsten met Nederland en België gunstig waren. De winkels daar draaien stabiel en maken deel uit van HEMA’s kernmarkten. Een belangrijke mijlpaal kwam in 2009, toen HEMA haar eerste winkel in Frankrijk opende, in Créteil, een voorstad van Parijs. De Franse klanten waren enthousiast: ze vonden HEMA fris, overzichtelijk en betaalbaar. De formule sloeg aan en inmiddels zijn er tientallen vestigingen in Frankrijk, waarvan een groot deel in de regio Parijs. In de jaren daarna volgden ambitieuze stappen. In 2014 opende HEMA winkels in Spanje en het Verenigd Koninkrijk, in Madrid, Barcelona en Londen. De winkels sloten uiteindelijk in 2021, als gevolg van strategische heroriëntatie. In Oostenrijk werden in 2018 enkele winkels geopend, als testmarkt voor verdere groei in Centraal-Europa.
buiten Europa
Ook buiten Europa waagde HEMA zich aan nieuwe markten. In Mexico, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten werden winkels geopend via lokale partners. Een opvallende stap was de samenwerking met Walmart in Canada en de Verenigde Staten vanaf 2019. Via het online platform van Walmart en enkele fysieke winkels werd ‘HEMA Amsterdam’ geïntroduceerd, met een focus op design en prijsbewuste klanten.
kernlanden
Vanaf 2021 veranderde de koers. Onder leiding van Saskia Egas Reparaz en de nieuwe eigenaren Parcom en Mississippi Ventures besloot HEMA zich te concentreren op vier kernlanden: Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk. Duitsland en Oostenrijk blijven open. Op 2 december 2025 werd duidelijk dat het investeringsfonds van de familie Van Eerd alle aandelen van HEMA overneemt en de enige aandeelhouder wordt.
The Buzz is een eendaagse tour die je een inkijk geeft achter de schermen van de meest toonaangevende en innovatieve supermarktconcepten in Nederland.

